Nazorg aan ex-gedetineerde met verstandelijke beperking

De casus Mohammed

Ex-gedetineerden met een verstandelijke beperking vormen een specifieke doelgroep als het gaat om nazorg. In deze nieuwsbrief gaan we in op de casus van Mohammed, opgetekend vanuit de praktijk van SIG. Dit is een kleinschalige, professionele organisatie voor mensen met een verstandelijke en/of autismeverwante beperking in Midden- en Zuid-Kennemerland, die ondersteuning biedt bij opvoeding, wonen, werken en leven.

De nazorg voor ex-gedetineerden is een gemeentelijke taak. Veel gemeenten brengen de nazorg onder bij een Veiligheidshuis, zodat belangrijke ketenpartners snel en gemakkelijk kunnen worden betrokken bij de nazorg. Pas sinds enkele jaren weten we dat de gevangenissen voor een groot deel ‘bevolkt’ worden door mensen met een verstandelijke beperking. Zij krijgen niet eerder passende begeleiding dan wanneer bekend is dat ze een laag IQ hebben.

In een eerdere voorbeeldcasus van het Veiligheidshuis was te lezen hoe belangrijk het is om zorg op maat te zoeken. Dit keer gaan we een stapje verder. Nazorg aan ex-gedetineerden met een justitiële indicatie vanwege een verstandelijke beperking is iets waarin wij in onze regio nog relatief weinig ervaring hebben. Daarom keken we bij SIG mee naar de casus ‘Mohammed’.

Mohammed
Mohammed (gefingeerde naam) is 29 jaar, geboren in Marokko en op jonge leeftijd naar Nederland gekomen. Hij is veroordeeld voor een zedendelict bij een minderjarige, kreeg een taakstraf en behandeling opgelegd en moet een schadevergoeding aan het slachtoffer betalen.

Mohammed is dakloos, heeft schulden, problemen met sociale zaken vanwege zijn WWB-uitkering, gebruikt softdrugs, heeft een minimaal netwerk en is zeer beïnvloedbaar. Mohammed geeft aan dat hij vooral niet begrepen wordt, maar dat hij wat van zijn leven wil maken en dat hij iemand nodig heeft die zegt wat hij moet doen. Hulpverlening heeft een zeer negatief beeld van hem en zijn houding naar hulpverlening is niet altijd positief. Mohammed vindt dat alle schuld altijd bij hem wordt neergelegd, terwijl hij vindt dat hij heel erg zijn best doet.

Overschatting
Er wordt een IQ-test gedaan en Mohammed blijkt een TIQ tussen de 52 en 62 te hebben. Dit bevestigt het beeld dat het hem zelf niet lukt om zijn problemen op te lossen. Zijn eigen houding (‘streetwise’) zorgt dat veel hulpverleners hem overschatten en te hoge verwachtingen hebben, waar hij niet aan kan voldoen. Resultaat is dat hij niet meer komt opdagen en dat de hulpverlening hem ‘kwijt’ is.

Zijn familie heeft zijn verstandelijke beperking nooit herkend en erkend. Achteraf gezien is het een hele prestatie hoe Mohammed zich de afgelopen jaren heeft kunnen handhaven in de samenleving.
De begeleiding van Mohammed moet daarom aansluiten bij zijn niveau. Daarnaast moeten de begeleiders het initiatief houden en onderling informatie uitwisselen, omdat Mohammed de neiging heeft om te ‘shoppen’.

SIG heeft regelmatig contact met de GGZ-instelling die Mohammed begeleidt vanwege het zedendelict. Na een aantal gesprekken kwam de behandelaar tot de conclusie dat er onvoldoende communicatie mogelijk was om het onderwerp adequaat te bespreken. Vanwege de ontwikkelingen -er is een indicatie begeleid wonen aangevraagd en de kans op recidive is klein - is de behandeling gestopt. SIG heeft het onderwerp seksualiteit, vriendschap, seksualiteit en leeftijd meegenomen in de begeleiding.

Resultaten
SIG heeft Mohammed uitgelegd wat het betekent een verstandelijke beperking te hebben en wat hij nodig heeft om zijn leven de goede richting op te krijgen.
Dit heeft geresulteerd in het volgende:

  • Mohammed heeft een aanvraag voor beschermingsbewind gedaan. (Inmiddels is een bewindvoerder aangesteld en gestart)
  • Een AWBZ-indicatie is aangevraagd en toegekend (Zorg Zwaarte Pakket 3)
  • Aanmelding bij ’s Heerenloo Zorggroep voor zelfstandig wonen met begeleiding
  • Tijdelijk onderdak bij maatschappelijke opvang.
  • Opleiding niveau 1 kok (1 dag per week) en stageplek 4 dagen per week
  • Aanvraag Wajong is in behandeling. Er is bezwaar ingediend tegen 2 afwijzingen uit het verleden die gebaseerd zijn op de overschatting van Mohammed.
  • Door al deze acties komt de beperking steeds duidelijker in kaart (zeer beperkte zelfredzaamheid, beperkt vermogen voor het aanbrengen van structuur in dag/week, zeer beïnvloedbaar, gevolgen van keuzes niet kunnen overzien).
  • Aan de hulpverlening is nu beter uit te leggen welke beperking Mohammed heeft, hoe hij functioneert en wat hij nodig heeft. Mohammed geeft aan dat hij bij sommige hulpverleners een verschil merkt in de manier waarop ze met hem omgaan.